Blog

  /  Tips & Tricks   /  De 10 belangrijkste tips voor je eerste bergwandeling

De 10 belangrijkste tips voor je eerste bergwandeling

Zo, je denkt erover om voor het eerst in de bergen te gaan wandelen? Super gaaf! Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat dit je leven zal veranderen! Om je eerste bergwandeling goed te laten verlopen hebben we hier wat tips voor je op een rij gezet.

1. Bereid je in Nederland al voor

Als je voor het eerst in de bergen gaat wandelen is het fijn om je in Nederland al voor te bereiden. Vooral om te wennen aan langere stukken wandelen, en lopen met je backpack en bergschoenen. Maak alvast wat hoogtemeters of ren wat trappen op en af. Lees vooral ook onze belangrijkste tips om je voor te bereiden op bergwandelen die we eerder al op een rijtje hebben gezet.

2. Doe het rustig aan

Misschien wel de belangrijkste les: take it easy. Laat je niet opjagen tijdens het wandelen. Iedereen loopt op zijn eigen tempo. De één is sneller in stijgen, maar langzamer in afdalen, of andersom. Respecteer elkaar. Dit betekent ook dat je voldoende tijd moet plannen voor je wandeling. Houd rekening met lifttijden, en in het voor- en naseizoen ook wanneer de zon onder gaat. Zorg vooral dat je je niet hoeft te haasten. Dat is een recept voor ongelukken.

3. Bouw keuzemomenten in je route in

Plan je route vooraf met een goede wandelkaart. Daardoor heb je voor vertrek een goede inschatting van hoe ver of lang de route is. De vuistregel voor hoogtemeters is: 300 meter stijgen kost je ongeveer een uur, pauzes niet inbegrepen. Het is prima om vooraf een doel te stellen zoals “we willen die top halen”. Maar als halverwege blijkt dat het niet lekker gaat is het ook geen schande om je plan te wijzigen. Het gaat er om dat je lekker aan het wandelen bent, niet dat je koste wat kost je doel bereikt.

4. Gebruik een Camelbak of andere waterzak

Wij begonnen onze wandeltochten in Nederland met elk twee Sigg waterflessen in de rugzak. Maar vlak voor onze vakantie kochten we beiden een Camelbak. Ik nam de 3L variant, Eline loopt met 2L. Inmiddels wandelen we nauwelijks meer zonder.

Het grootste voordeel is dat je tijdens de wandeltocht veel vaker even 1 of 2 slokjes water neemt, in plaats van een halve fles leegdrinkt bij elke stop. Dat voelt voor ons prettiger, en we komen bijna nooit meer half uitgedroogd aan het eind van de tocht.

Een tweede voordeel: de Camelbak zit vlak tegen je rug aan, waardoor het gewicht beter verspreid wordt. 3 Liter water in de Camelbak voelt in mijn rugzak lichter dan 2 liter water in flessen in de zijvakken!

5. Neem een goede wandelkaart mee

Iedereen die mij kent zal beamen dat ik een echte gadget-freak ben. Toch heb ik tijdens onze eerste keer in de bergen geen enkele keer vertrouwd op mijn telefoon voor navigatie. In de praktijk vond ik de papieren kaart in combinatie met de juiste bordjes of markeringen volgen veel fijner. De papieren kaart geeft je bij elke splitsing weer een keuzemoment: hoe voelen we ons? Willen we nog verder? Bevalt dit zwarte pad ons wel, of nemen we liever de gemakkelijkere rode route die iets langer duurt? Met een navigatie app loop je sneller het risico dat je jezelf voorbij loopt met alleen maar het einddoel in gedachten.

Daarnaast merkten we deze vakantie ook dat routes in apps als AllTrails, ViewRanger of Komoot lang niet altijd betrouwbaar zijn. Een voorbeeld: we vonden een mooi rondje om de Oeschinensee op AllTrails. Maar pas als je de reacties gaat lezen kom je erachter dat de helft van de route een zwaar klettersteig parcours is. En kom je er pas bij de lokale VVV achter dat dat deel van de route door instortingen überhaupt niet meer geopend is. Plan dus altijd zelf je route met een kaart, en win ter plekke informatie in als je ergens over twijfelt.

6. Kies de juiste kleding

Onze vakantie viel eind september / begin oktober. We hebben in die twee weken behoorlijk wat verschillende weertypes gezien. Van zonnig en 20 graden tot sneeuw en vorst en alles er tussenin. Zelfs tijdens een wandeling kan het weer altijd omslaan. Daarom hebben we altijd verschillende lagen kleding bij ons. Het begint met een goede onderlaag. Ik zweer bij merinowol, en dan specifiek de boxershort en ondershirt van Icebreaker. Daar overheen draag ik vaak een t-shirt, en een lange of korte wandelbroek afhankelijk van de weersvoorspelling. Daar overheen komt optioneel nog een fleecevest, en eventueel een regen- en winddichte jas met een muts of pet.

Het is me al meer dan eens gebeurd dat ik de wandeling begon met al deze lagen aan, en bij terugkomst liep ik alleen nog in mijn t-shirt. Maar ook andersom hebben we het meegemaakt: hoe hoger je komt hoe frisser het wordt, en hoe blijer je bent met extra laagjes. Al met al zijn we op geen enkele wandeltocht tegen problemen aangelopen, doordat we goed voorbereid op pad gingen.

7. Draag stevige bergschoenen

Dit lijkt misschien een open deur maar we verbaasden ons over hoeveel toeristen er voorbij kwamen met eenvoudige sneakers aan. De echte Zwitsers of Oostenrijkers daarentegen kon je herkennen aan hun stevige hoge bergschoenen uit de B/C categorie. En inmiddels snap ik volledig waarom. Een stevige bergschoen geeft je veel meer zekerheid en grip op de diverse soorten paden die je tegen gaat komen. En dat kan echt van alles zijn: van modder, tot kleine beekjes, grof grind tot fijne kiezelers, en van gladde boomwortels tot grote rotsblokken.

Met mijn Meindl bergschoenen heb ik altijd met vol vertrouwen kunnen lopen en klimmen. Bovendien loop je met een stevige hoge schoen veel minder kans op enkelblessures. Je schoen houdt je enkel immers in bedwang. Bezuinig hier vooral niet op: koop goede schoenen voor je de bergen in gaat, en onderhoud ze. Je kan er dan echt jaren plezier van hebben.

8. Neem een goede rugzak mee

Ik liep in eerste instantie met een North Face Borealis rugzak die ik al had. Die is prima voor in de stad of reizen naar je werk. Maar op wandeltochten miste ik binnenruimte, en verstelbaarheid. Daarom kocht ik al vrij snel een Lowe Alpine Altus 42:47. Dat is een maat groter, en je merkt dat de rugzak meer is ingesteld op langere tochten. Alle essentiële spullen kunnen er gemakkelijk in, en de verstelmogelijkheden zijn ook fijn. Als extra bonus zitten er ook bevestigingspunten op voor je wandelstokken.

9. Zorg voor genoeg eten

Niets zo vervelend als halverwege een 6-uur durende tocht niks meer te eten hebben. Wij beginnen meestal ’s ochtends met wandelen en zijn voor het avondeten weer terug. Dus we ontbijten voor vertrek stevig, en nemen een goede lunch mee. Vaak zijn dat 2 tot 3 broodjes per persoon, met als beleg wat Unox leverworst of iets anders wat buiten de koeling goed blijft. Daarnaast hebben we altijd wat proteïnerepen bij ons voor als we een extra boost nodig hebben (Clif bars zijn favoriet). Ook nemen we vaak een chocoladereep mee, om halverwege iets lekker te snacken.

Let ook op de onderlinge verschillen. Mijn eigen verbranding is bijvoorbeeld wat steviger dan die van Eline. In eerste instantie namen we vaak voor ons beiden evenveel eten mee. Inmiddels weet ik dat ik gewoon iets meer nodig hebben om mijn energie op peil te houden. Prima, nu ik dat weet zorg ik ervoor dat ik een extra boterham smeer, of een extra mueslireep meeneem voor mezelf.

10. Check het weer vooraf

Check voor je vertrekt altijd het lokale weer. Gebruik bij voorkeur een lokale meteo website, of een gespecialiseerde website als Bergfex. De standaard weer-app op je smartphone zal vaker niet dan wel kloppen in de bergen. Het weer is immers zeer veranderlijk, en kan van dal tot dal enorm verschillen. Onderweg kun je bij berghutten vaak ook wel informeren naar de weersverwachtingen. Neem het weer altijd serieus, je eigen veiligheid voorop.

Plaats een reactie